Steenmarter in huis? Zo maak je je woning in Limburg marterproof

Geritsel boven het plafond, gestommel op zolder of ineens een vreemde geur in huis. In Limburg kan daar zomaar een steenmarter achter zitten.

De steenmarter komt in heel Limburg voor en voelt zich ook thuis in dorpen en groenere stadswijken. Woningen, schuren en andere gebouwen kunnen aantrekkelijke rustplaatsen bieden. De Provincie Limburg noemt onder andere nachtelijk lawaai, geurhinder, beschadigd isolatiemateriaal en schade aan bedrading als mogelijke vormen van overlast.

Voor een huiseigenaar ontstaat dan een bijzondere klusvraag: hoe krijg je de steenmarter eruit en hoe voorkom je dat hij later via dezelfde opening weer binnenkomt?

Steenmarters zijn doorgaans niet gevaarlijk voor mensen, maar ze kunnen wel flinke materiële schade veroorzaken. Behalve aan isolatie en bedrading in huis kunnen steenmarters ook onder de motorkap van auto’s kruipen en daar bijvoorbeeld elektrische kabels, rubberen slangen en geluiddempend materiaal beschadigen.

Hoe schattig hij er ook uitziet, deze harige gast bent u in en rondom uw huis vast liever kwijt dan rijk!

Hoe komt een steenmarter je woning binnen?

Een steenmarter is een goede klimmer en kan gebruikmaken van verrassend kleine openingen rond een woning. Denk bijvoorbeeld aan:

  • openingen onder dakranden;

  • losse of verschoven dakpannen;

  • beschadigde boeidelen;

  • kieren bij aanbouwen;

  • openingen rond leidingen;

  • aansluitingen tussen dak en gevel;

  • openingen bij schuren en overkappingen.

Ook de omgeving van de woning speelt mee. Bomen, begroeiing of andere constructies kunnen een handige route richting het dak vormen.

Daarom is het bij marteroverlast verstandig om niet alleen naar het gat zelf te kijken, maar naar de complete route die het dier gebruikt.

Hoe merk je dat er mogelijk een steenmarter zit?

Steenmarters zijn vooral 's avonds en 's nachts actief. Vaak merk je hun aanwezigheid daardoor eerder dan dat je het dier daadwerkelijk ziet.

Mogelijke signalen zijn:

  • gestommel of gekrab op zolder;

  • geluid tussen plafond en dak;

  • een sterke of vreemde geur;

  • uitwerpselen of voedselresten;

  • beschadigd isolatiemateriaal;

  • verschoven materialen;

  • beschadigde bedrading.

Hoor je één keer iets op zolder, dan hoeft dat natuurlijk niet meteen een steenmarter te zijn. Het is verstandig om eerst te onderzoeken waar de geluiden of sporen vandaan komen.

1. Zoek de ingang en de route

Heb je het vermoeden dat er een steenmarter in huis zit? Begin dan met inspecteren. Loop rondom de woning en kijk vooral naar dakranden, goten, houtwerk, aanbouwen en andere aansluitingen.

Kijk ook omhoog. Een tak die dicht bij het dak komt, een regenpijp of een lage aanbouw kan onderdeel zijn van de route die een steenmarter gebruikt.

Let tegelijkertijd op sporen rondom mogelijke ingangen. Het doel is eerst begrijpen hoe het dier binnenkomt voordat er iets wordt afgesloten.

2. Maak de verblijfplaats minder aantrekkelijk

Heb je een waarschijnlijke verblijfplaats gevonden? Dan kan ontmoedigen onderdeel zijn van de aanpak.

Een van de mogelijkheden is ultrasoon geluid. De Provincie Limburg noemt ultrasoon geluid, eventueel in combinatie met lichtflitsen, als een middel dat kan worden ingezet om steenmarters te verjagen.

Er bestaan apparaten die voor mensen nauwelijks of niet hoorbare hoge tonen produceren. Het idee is dat de ruimte daardoor onaantrekkelijker wordt voor de marter. Zie zo'n apparaat alleen niet als een gegarandeerde eindoplossing. Steenmarters kunnen aan het geluid wennen, waardoor het effect tijdelijk kan zijn. Het uiteindelijke doel is daarom niet alleen de marter weg te krijgen, maar ook te voorkomen dat hij daarna gewoon weer terugkomt.

3. Niet meteen het gat dichtmaken

Dit is waarschijnlijk het belangrijkste punt van de hele klus. Heb je ontdekt waar de steenmarter naar binnen gaat? Maak die opening dan niet meteen dicht. De marter kan op dat moment nog in de woning zitten. Er kunnen bovendien jongen aanwezig zijn. Als je de enige uitgang afsluit terwijl het dier nog binnen zit, creëer je juist een veel groter probleem.

De Provincie Limburg noemt het dichtmaken van toegangen dan ook als preventieve maatregel bij bevestigde afwezigheid van de dieren. De volgorde is dus belangrijk:

Eerst vaststellen waar de marter zit.

Daarna het dier op een toegestane manier laten vertrekken.

Vervolgens controleren dat de verblijfplaats niet meer in gebruik is.

En pas daarna de toegang definitief afsluiten.

4. Maak de woning daarna marterproof

Is voldoende zeker dat de steenmarter niet meer binnen zit en kan de opening worden afgesloten? Dan begint het bouwkundige deel.

Herstel de toegang degelijk en controleer meteen de rest van de woning.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • beschadigde dakranden herstellen;

  • los houtwerk opnieuw bevestigen;

  • openingen rond leidingen netjes afdichten;

  • kapotte boeidelen repareren;

  • geschikte roosters bij openingen aanbrengen;

  • aansluitingen tussen aanbouw en woning herstellen;

  • losse bouwdelen vastzetten.

Kijk daarbij verder dan alleen de oorspronkelijke ingang.

Als je één opening perfect repareert maar vlak daarnaast nog een vergelijkbare kier zit, kan de marter eenvoudig een nieuwe route vinden.

Goed marterproof maken betekent dus eigenlijk: de volledige buitenschil van het betreffende deel van de woning controleren.

Verjagen en weren werken samen

Alleen een ultrasoon apparaat ophangen kan betekenen dat de marter later terugkomt.

Alleen de ingang dichtmaken is geen goed idee zolang je niet weet of het dier nog binnen zit.

Een verstandige aanpak bestaat daarom uit meerdere stappen:

  • opsporen;

  • ontmoedigen of laten vertrekken;

  • controleren of de verblijfplaats leeg is;

  • de toegang afsluiten;

  • andere mogelijke ingangen herstellen.

Juist die combinatie maakt het verschil tussen een tijdelijke oplossing en een woning die structureel minder aantrekkelijk wordt voor steenmarters.

Denk ook aan bomen en begroeiing rondom het huis

Marterproof maken houdt niet altijd op bij het metselwerk en het dak. Controleer ook de tuin.

Komt een boomtak bijna tegen het dak? Groeit er dichte begroeiing langs een schuur of aanbouw? Zijn er constructies waarlangs een dier gemakkelijk omhoog kan klimmen?

Dan kan het zinvol zijn om ook de route naar de woning minder aantrekkelijk te maken.

Zo wordt marterpreventie soms een combinatie van tuinwerk en bouwkundig onderhoud.

Verbouwen? Controleer eerst op onverwachte bewoners

Ga je een dak, schuur, overkapping of oudere aanbouw renoveren? Kijk dan vooraf goed of dieren gebruikmaken van de constructie.

Bij oudere woningen zijn door de jaren heen regelmatig openingen ontstaan door verzakking, slijtage of eerdere verbouwingen.

Tijdens een renovatie is dat een goed moment om dergelijke zwakke plekken te herstellen.

Maar wanneer een opening daadwerkelijk als rust- of voortplantingsplaats wordt gebruikt, kunnen natuurregels van toepassing zijn. Wilde zoogdieren en hun beschermde rust- en voortplantingsplaatsen vallen onder regels van de Omgevingswet. De Provincie Limburg benadrukt daarom dat verjagen, vangen of verstoren niet zomaar op eigen initiatief mag.

Bij twijfel is het verstandig eerst deskundig advies in te winnen.

Marterproof maken is eigenlijk gewoon goed onderhoud

Een woning met nette dakranden, degelijk houtwerk, goed afgewerkte doorvoeren en weinig ongewenste openingen is niet alleen mooier afgewerkt.

Het maakt het voor dieren ook moeilijker om de constructie binnen te komen.

Daarom kunnen kleine reparaties uiteindelijk een groot verschil maken.

Hoor je dus 's nachts gestommel boven je hoofd? Zoek eerst uit wie je bezoeker is. Zorg vervolgens dat het dier veilig en volgens de regels vertrekt en herstel daarna de plek waardoor het naar binnen kwam.

Hulp nodig met het marterproof maken van je woning?

Heeft een steenmarter een zwakke plek in je woning gevonden, of wil je dakranden, houtwerk, openingen of andere bouwdelen laten herstellen?

Gijsemensch helpt met uiteenlopende reparaties en werkzaamheden in en rondom woningen in Limburg.

Bij een actieve verblijfplaats moet eerst worden vastgesteld welke maatregelen toegestaan zijn en of het dier daadwerkelijk vertrokken is. Daarna kan de constructie netjes en degelijk worden hersteld om te voorkomen dat dezelfde ingang opnieuw gebruikt wordt.

Meer informatie: Provincie Limburg - Faunabeheer, RVO - beschermde dieren en planten, Zoogdiervereniging.
Gijsemensch

Klusjesman in Limburg en Brabant.

Vorige
Vorige

Klussen aan woningen in Roermond: iedere bouwstijl vraagt om een andere aanpak

Volgende
Volgende

Woning verkoopklaar maken: 8 kleine klussen met groot effect